Let op wat je tegen jezelf zegt

Door: Thomas Waanders, 25-11-2019

 

TalentNED is een platform waar ideeën op het gebied van talentontwikkeling worden geïntroduceerd, bediscussieerd en verder doorontwikkeld. In deze blogpost stellen we een wetenschappelijk artikel centraal.

 

In de ik- of jij-vorm? Wat je zegt tegen jezelf maakt een verschil, zeggen onderzoekers van de Bangor University uit Wales.

 

Velen van ons kennen het wel. Je bent aan het fietsen, rennen of zwemmen en je wordt moe. Je verstand begint te zeuren. “Pfff, wat begint dit pijn te doen!”

 

We weten inmiddels dat het belangrijk is om effectief om te gaan met deze gedachte. Daarin zijn verschillende strategieën voorhanden, zoals defusie (kort gezegd: de gedachte zien voor wat het is, namelijk maar een gedachte), aandacht richten naar het hier & nu (bijvoorbeeld door te kijken naar de richting waar je naartoe beweegt), associatie (je aandacht op de pijn te richten door er bijvoorbeeld naar toe te ademen), dissociatie (jezelf proberen af te leiden door bijvoorbeeld een liedje te zingen) of door zelfspraak (dat wat je tegen jezelf zegt). En dan vergeet ik ongetwijfeld nog wel een aantal technieken. Waar het mij voor nu om gaat is zelfspraak en een wat mij betreft interessant onderzoek van de Britse onderzoekers Hardy, Thomas & Blanchfield.

 

Zij lieten in hun onderzoek zien dat het uitmaakt wat je tegen jezelf zegt in een 10 kilometer tijdrit: spreek je in de 1e persoon (ik-vorm) of in de 2e persoon (jij-vorm) tegen jezelf?

 

Voorbeelden van ik-vorm

Voorbeelden van de jij-vorm

Ik kan dit

Jij kunt dit

Ik kan hiermee omgaan

Jij kunt hiermee omgaan

Ik kan doorgaan

Jij kunt doorgaan

Ik ga sterk finishen

Jij gaat sterk finishen

 

Wanneer de sporters in hun onderzoek (gezonde recreatieve sporters van gemiddeld 22 jaar oud) in de jij-vorm tegen zichzelf praatten, waren ze significant sneller op de 10 kilometer tijdrit (werkten dus harder) terwijl ze niet het gevoel hadden dat ze er meer voor deden, dan wanneer ze in de ik-vorm tegen zichzelf praatten.

 

Hoe kan dat nou? Volgens Dolcos en Albarracin (2014)  zijn we gewend om instructies in de jij-vorm te krijgen van belangrijke mensen om ons heen (ouders, coaches). Daarnaast helpt de jij-vorm mensen mogelijk om met meer afstand te kijken naar wat er met hen gebeurt (bijv. wanneer je moe wordt) met als gevolg dat ze beter kunnen omgaan met pijn en vermoeidheid (Kross et al., 2014). Volgens Kross et al. helpt deze techniek ook bij de voorbereiding op een stressvol evenement, zoals wanneer je bijvoorbeeld moet spreken in het openbaar. Zeg dus tegen jezelf: “Jij kunt dit”.

 

Het is wat voorbarig om te stellen dat dit voor iedereen werkt, maar het is het uitproberen waard. Zeker wanneer je probeert om jezelf te ontwikkelen en nog op zoek bent naar wat voor jou werkt.

 

Belangrijk om te vermelden is dat 3 van de 16 sporters in dit onderzoek juist geen baat bleken te hebben bij de jij-vorm van zelfspraak. Dat schrijven de onderzoekers toe aan de wellicht wat ver gezochte mogelijkheid dat deze sporters wat narcistische trekken zouden kunnen hebben. Dan is het heel normaal om in de ik-vorm te praten, laten we maar zeggen, haha!

 

Welke vorm van zelfspraak gebruik jij meestal? De ik- of jij-vorm? En heb je hier nog andere ideeën over? Ik ben benieuwd!

 

 

Bronnen:

Dolcos, S., & Albarracin, D. (2014). The inner speech of behavioural regulation: Intentions and task performance strengthen when you talk to yourself as you. European Journal of Social Psychology, 44, 636–642.

 

Hardy, J., Thomas, A.V., & Blanchfield, A.W. (2019). To me, to you: How you say things matters for endurance performance, Journal of Sports Sciences, 37:18, 2122-2130

Lees ook